HOE EEN BOERDERIJ IN BEERTA AAN HAAR GRACHT KWAM

De boer Eltie Unekes, meier van een stadsplaats in Beerta, wordt in het vroege voorjaar van 1722 en wellicht al wat langer met verschrikkelijke moord- en brandbrieven bedreigd. Het nachtwaken martelt hem en de zijnen af. Unekes vraagt het stadsbestuur, eigenaar van zijn grond, of hij een gracht om zijn huis mag laten graven.

Dat vindt het stadsbestuur goed, maar die gracht moet dan wel minimaal 22 voet (ruim 6 meter) breed zijn. Vanwege de graverij krijgt Unekes een half jaar kwijtschelding van zijn landhuur. Bovendien mag hij twee honden nemen. Overdag moeten die dan wel aan de ketting liggen.

Bron: Rekest (verzoekschrift) aan en apostille (kantbeschikking)van het Groninger stadsbestuur, geregistreerd op 20 maart 1722.

One thought on “HOE EEN BOERDERIJ IN BEERTA AAN HAAR GRACHT KWAM

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>